Ondersteuningsniveau 3 voor technisch lezen: IHP en kenmerken effectieve aanpak 

Workshop technisch lezen

Bij dyslexieaanvragen is het belangrijk dat in een individueel handelingsplan (IHP) navolgbaar gedocumenteerd staat hoe ondersteuningsniveau 3 (ON 3) is vormgegeven en hoe is aangesloten bij de specifieke ondersteuningsbehoeften van de leerling.  

Ondersteuningsniveau 3 is: 

  • Een specifieke interventie die afgestemd is op de hiaten in de ontwikkeling van de betreffende leerling(en), zoals vastgesteld op grond van een foutenanalyse.  
  • Intensieve en systematische toepassing van deze specifieke interventie.  
  • Uitbreiding van de leestijd met minimaal 3 x 20 minuten (of in ieder geval in totaal tenminste 60 minuten) per week.  
  • Geboden door een gekwalificeerde professional of onder supervisie van lees-/spellingspecialist. 
  • Bij voorkeur individueel om goed aan te kunnen sluiten bij de ontwikkeling van de leerling, óf in kleine groepjes (maximaal 4 leerlingen) met leerlingen met vergelijkbare hiaten in de ontwikkeling en vergelijkbare ondersteuningsbehoeften. De geboden hulp wordt beschreven in een handelingsplan (zie Box 4 hieronder) en bevat meerdere werkzame componenten.  

Op basis van onderzoek en praktijkervaring kan een aantal algemene kenmerken van een effectieve aanpak bij lees- en spellingproblemen worden onderscheiden. Deze kenmerken gelden voor begeleiding op elk niveau, dus zowel op ON 1, 2 als 3. Hieronder volgt een overzicht van effectieve kenmerken. Dit helpt enerzijds om beredeneerde keuzes te maken om gerichte ondersteuning te kunnen bieden, en anderzijds om kritisch te kijken naar de kwaliteit van de uitgevoerde ondersteuning. 

  • Taakgericht: Er wordt gewerkt met letters, klanken, woorden, teksten.  
  • Systematisch: Planning van activiteiten wordt afgestemd op de leerdoelen op korte en lange termijn, waarbij wordt uitgegaan van een beredeneerde opbouw in moeilijkheidsgraad.  
  • Expliciet: De leerstof wordt in kleine stapjes aangeboden waarbij de leerkracht of lees-/ spellingspecialist het gewenste lees- en schrijfgedrag precies voordoet en moeilijkheden stapsgewijs bespreekt. De leerkracht of lees-/spellingspecialist doet het voor, de leerkracht of lees-/spellingspecialist en de leerling doen het samen en daarna doet de leerling het alleen.  
  • Herhaling: Leren gaat van verwerven, bereiken van accuratesse, versnellen door automatiseren naar flexibel toepassen of generaliseren. Herhaling is voor alle leerlingen nodig, maar leerlingen met lees- en/of spellingproblemen moet nog vaker in aanraking komen met letters en woorden om tot automatisering te komen.  
  • Fonologisch georiënteerd: Er wordt steeds gewerkt met aandacht voor de kwaliteit, met name de gedetailleerdheid, van de fonologische representaties van woorden  
  • Oefenen op (letter-/klank-), woord-, zins- en tekstniveau: Na elke introductie van een nieuwe moeilijkheid wordt er op verschillende niveaus geoefend.  
  • Eerst goed, dan snel (tempoverhoging, blijvend aandacht voor accuratesse): Eerst aandacht voor goed, daarna voor vlot en daarna voor geautomatiseerd (zo goed als aandachtvrij).  
  • Aandacht voor woordstructuur: Instructie moet niet alleen gericht zijn op het hele woord, maar ook op de woordstructuur en de eenheden binnen een woord (medeklinkerclusters, morfemen zoals -lijk en -heid).  
  • Aandacht voor lees- en spellingmotivatie: Door te werken aan verbeteren van lees- en spellingcompetentie.  
  • Aandacht voor gerichte feedback: Feedback is afgestemd op het doel: Hoe doet de leerling het nu (feedback)? Wat wil de leerling bereiken (feedup)? Wat moet de leerling daarvoor doen (feedforward)? en de basisbehoeften van de leerling.  
  • Aandacht voor generalisatie: Werken aan flexibele toepassing in nieuwe situaties.   

Bron: Handreiking voor de invulling van ondersteuningsniveau 2,3 en 4 bij lees-/spellingproblemen en dyslexie  

Pagina delen: