Nieuwsberichten

18 mei 2017

Resultaten Verantwoordingsonderzoek OCW

De Algemene Rekenkamer heeft de afgelopen week de resultaten van het verantwoordingsonderzoek OCW 2016 opgeleverd. Omdat de lumpsumsystematiek in het onderwijs kennelijk onvoldoende inzichtelijk maakt wat met de onderwijsinvesteringen wordt bereikt, is in het verantwoordingsonderzoek 2016 ‘passend onderwijs’ als specifieke onderwijsinvestering onderzocht.

Resultaten Verantwoordingsonderzoek OCW
Het onderzoek van de Rekenkamer moest duidelijk maken waaraan het onderwijsveld deze financiële middelen besteedt. De Rekenkamer komt met conclusies die vooral tonen dat het zicht op de besteding van deze middelen niet verbeterd is sinds de invoering van passend onderwijs in 2014. De samenwerkingsverbanden primair onderwijs spelen hierin ook een rol. De kritiek van de Rekenkamer is ons inziens onvoldoende onderbouwd.
 
PPO Rotterdam herkent zich dan ook voor een groot gedeelte niet in de bevindingen van de Rekenkamer.
 
  • De Rekenkamer stelt dat de horizontale verantwoording (controle van medezeggenschapsorganen en de input van belanghebbenden) nog niet voor voldoende tegenwicht zorgt binnen de samenwerkingsverbanden. Binnen PPO Rotterdam is de horizontale verantwoording zeer sterk georganiseerd. Behalve een Ondersteuningsplanraad en een MR hebben wij ook een stuurgroep. Deze bestaat uit een groep zeer betrokken schooldirecteuren die met elkaar en in samenwerking met PPO zorgdragen voor het realiseren van het dekkend ondersteuningsnetwerk in Rotterdam.

 

  • Er zou volgens de Rekenkamer meer inzicht moeten komen in waar financiële middelen aan besteed worden en welke resultaten daarmee bereikt worden. Het bestaande accountantsprotocol verplicht samenwerkingsverbanden enkel om het niet geoormerkte geld te boeken onder ‘doorbetaling’ (zonder tegenprestatie). PPO Rotterdam gaat echter pas over tot uitbetaling van middelen richting schoolbesturen nadat er een aanvraag (met toelichting) is binnengekomen. Verantwoording vindt dus vooraf én achteraf plaats (met zo min mogelijk bureaucratie voor de scholen en schoolbesturen).

 

  • Ook uit de Rekenkamer kritiek op het intern toezicht binnen de samenwerkingsverbanden. PPO Rotterdam heeft onlangs haar governancestructuur gewijzigd, waarbij toezicht en bestuur gescheiden zijn. De Ondersteuningsplanraad heeft een nadrukkelijke rol gehad in dit proces.

 

  • De Rekenkamer vindt vervolgens dat transparanter moet worden hoe de samenwerkingsverbanden functioneren. Informatie die voor alle partijen (leerlingen, ouders, leraren, schoolbesturen) inzichtelijk moet zijn. PPO Rotterdam publiceert al sinds 2013 het Bestuursverslag op haar website. Dit is onze belangrijkste verantwoording. Voor 2016 wordt gewerkt aan een publieksversie om nog makkelijker inzage te geven in onze cijfers en de achterliggende verhalen. In onze externe nieuwsbrief publiceren we sinds dit jaar maandelijks onze facts&figures om op die manier meer inzicht te geven in het reilen en zeilen van onze organisatie. De toegekende TLV’s en het aantal thuiszitters zijn vaste onderwerpen. Daarnaast wordt iedere maand een aantal arrangementen toegelicht.

 

  • De Rekenkamer maakt in het onderzoek onvoldoende onderscheid tussen het schoolmodel en het expertisemodel zoals deze worden ingezet binnen de samenwerkingsverbanden. Zo wordt in het onderzoek verwezen naar een landkaart waarop per samenwerkingsverband het aandeel rugzakjes 2014-2015 vergeleken wordt met het aandeel ontwikkelingsperspectieven in het schooljaar 2015-2016. PPO Rotterdam werkt op basis van het expertisemodel. Dit zorgt voor een vertekend beeld van de staafdiagram op de landkaart, omdat in die cijfers alleen naar de doorbetaling gekeken is (iets wat bij PPO Rotterdam in 2015-2016 alleen op leerlingniveau plaats vond). De daadwerkelijke handen in de klas, depersonele inzet van PPO Rotterdam (zo’n 60%), is in dit cijfer niet meegenomen.
Wij betreuren het dat passend onderwijs op deze manier negatief in de belangstelling komt. Het onderzoek baseert zich op te beperkte bronnen, waardoor een onvolledig beeld van de werkelijkheid geschetst wordt.
 
Directeur-bestuurder Nicole Teeuwen: “We hadden het op prijs gesteld om vooraf gehoord te worden en gaan graag alsnog in gesprek met de onderzoekers van de Algemene Rekenkamer.”
 

Aldus ondertekend door de voorzitters van het bestuur (Huub van Blijswijk), de MR (Gerard Briggeman), OPR (Jack de Vringer), Stuurgroep (Door Faber) en directeur-bestuurder PPO Rotterdam (Nicole Teeuwen).

 

Vragen?

Wanneer u op zoek bent naar meer informatie, kunt u contact opnemen met Rosemarijn Breevaart

r.breevaart@pporotterdam.nl | 010 – 303 14 00 (algemeen)