Nieuwsberichten

15 september 2016

Pilot KID-Delfshaven

Hoe om te gaan met  bijzonder (moeilijke) kleuters

Basisschoolleerkrachten met ‘moeilijke kleuters’ in de klas hebben een flinke klus te klaren. In een groep met bijvoorbeeld 24 kinderen kun je niet ten alle tijden je ogen overal op gericht houden. Dus hoe ga je dan om met een klein mensje dat een stoel door het klaslokaal smijt? Of een kinddat zo hard schreeuwt dat zijn/haar klasgenootjes achteruitdeinzen? En wat doe je met een kleuter die stilletjes in een hoek zit en aan niets mee wil doen? Met de pilot KID-Delfshaven, die van start gaat in het schooljaar 2016/2017, wil PPO Rotterdam leerkrachten extra ondersteunen of helpen handelingsbekwaam te worden in de omgang met kleuters met internaliserend of externaliserend gedrag. Hierbij wordt de extra ondersteuning geboden op hun reguliere basisschool in de eigen wijk en wordt de jeugdhulp naar het kind, de school en zo nodig ook de ouder(s) gebracht.


Deze aanpak is baanbrekend in onderwijs-zorgland, maar past bij alles waar PPO Rotterdam voor staat: thuisnabij onderwijs, een dekkend netwerk in de wijk en daarmee een inclusieve samenleving waarin kinderen de kans krijgen hechte relaties op te bouwen in hun eigen omgeving.  Het belang en tevens noodzaak van hechte relaties wordt ondersteund door de recent gepubliceerde resultaten van een Harvard studie onder leiding van Harvard psycholoog Robert Waldinger. De conclusie van deze studie: hechte relaties houden ons gelukkiger en gezonder. Daarbij stelt het onderzoek ook dat de kwaliteit van onze relaties belangrijker is dan de kwantiteit.


De pilot

De KID-pilot is het antwoord op een signaal afgegeven door diverse basisscholen in Delfshaven en moet een uitkomst bieden voor kinderen waarvan gedacht wordt dat ze zich niet binnen de ‘normale’ normen kunnen ontwikkelen. De pilot wordt gestart in een deelgebied van Delfshaven en bij succes verder uitgerold. Annemarie Brinkhof, directeur van de Nicolaasschool:“Met KID willen we vooral de vaardigheden en kwaliteiten binnen het regulier onderwijs optimaliseren.” Esther van Aalst, teammanager Stek Jeugdhulp vult aan: “Het idee is dat een team bestaande uit een AB+’er, een leerkracht en jeugdhulp medewerker snel en ingeschakeld kunnen worden. Gewoon bij het koffiezetapparaat zo van: joh, kom ’s effe kijken, denk eens mee.” De KID-pilot is een lerend project. Esther: “De kracht van KID is ook het voorkomen van escalatie door het naar voor halen van didactisch expertise en jeugdhulp. Hiermee voorkomen we dat een kind onnodig uit de eigen omgeving gehaald wordt.” De wens van de deelnemende scholen in Delfshaven is nadrukkelijk niet alles vast te leggen in regels en protocollen.


De behoefte
Naar verwachting telt elke onderbouwgroep gemiddeld drie kleuters per schooljaar waarbij de leerkracht op basis van intuïtieve waarnemingen aangeeft dat er extra ondersteuning nodig is. Op basis van deze aanname en gemiddeld iets minder dan drie onderbouwgroepen op 11 scholen, zouden de deelnemende scholen ca. 90 kleuters per schooljaar hebben voor wie de KID-pilot een uitkomst kan bieden. Uiteraard wordt er gemonitord om te kijken of deze aanname correct is en of het gecreëerde aanbod aansluit op de vraag. Annemarie: “één van de winstpunten van het KID-project wordt ongetwijfeld dat we ook een aantal keren te maken zullen krijgen met een aanmelding bij het KID-project waarvan we prima in staat zijn om de leerkracht in die klas voldoende ondersteuning en handvatten te bieden zonder te moeten opschalen.”

Focus KID:

  • Inzet op preventie en vroegsignalering
  • Direct extra ondersteuning bieden
  • Dankzij samenwerking onderwijs- en jeugdhulpprofessionals ondersteuning thuis en op school.
  • Trainen van schoolse vaardigheden, sociale vaardigheden, emotieregulatie, et cetera.

KID aanpak
KID richt zich op kleuters van 3,5 tot 5 jaar wiens gedrag “een stoorzender” in de klas kan vormen. Jeanne van Berkel, extern projectleider van de KID pilot licht toe: “KID bestaat altijd uit 3 componenten . Ambulante steun en advies voor de leerkracht, maatwerk observatie en/of interventie gericht op het gedrag van het kind  en als derde een bovenschoolse parttime KID groep. Per vraag wordt bekeken wat  de best passend ondersteuning is. Daar is geen standaard voor. Dat gaan we ontwikkelen; soms zal het een combinatie zijn, een andere keer biedt KID alleen ambulante ondersteuning in de klas”. Juist die combinatie en maatwerk vormt de kracht van  het KID project.  Esther: ”De KID-groep wordt geen klas waar je naartoe gaat als je iemand geslagen hebt. Het is ook zeker geen eindstation. De KID-groep is een plek waar je met nog meer begeleiding (sociale)vaardigheden opdoet. En tegelijkertijd gaan we met het hele team, waar ouders onderdeel van uitmaken, bedenken wat de beste plek is voor dit kind”. De groep is parttime  beschikbaar; maximaal 5 ochtenden in de week  kan hier extra ondersteuning geboden worden. De andere dagdelen zit de leerling in zijn reguliere groep met ondersteuning van het KID-team. De stamschool blijft zo betrokken en verantwoordelijk. Jeanne: ”we streven naar verbetering van de situatie zodat zowel kind, de ouder(s), als de leerkracht geholpen wordt.” 

Ambitie

Met de pilot KID Delfshaven hoopt het projectteam op de wat langere termijn de voorschoolse instellingen in de wijk ook te kunnen betrekken en de warme overdracht van voorschool naar basisschool onder de loep te nemen.  Gerard Kreugel, meerscholig directeur van de Lucasschool in Delfshaven: “Ik hoop dat het plan uiteindelijk de verbroedering in de wijk stimuleert. Dat klinkt misschien wat stichtelijk maar zo bedoel ik het niet. Deze kinderen zijn onze gezamenlijke verantwoordelijkheid.  Ik hoop echt dat we dat voor elkaar krijgen. Dat we tegen elkaar durven te zeggen: ‘t lukt mij niet met dit kind in deze klas. Laat ‘t jou op die andere school wel lukken. Want daar ben ik van overtuigd, dat sommige kinderen al geholpen zijn met een nieuwe start op een andere school.”

Door middel van vroegsignalering en het eerder inzetten van extra ondersteuning, wordt voorkomen dat problemen verergeren en kinderen worden geschorst en of verwijdert en uiteindelijk thuis komen te zitten. Annemarie: “het mooie van dat KID-project is: het is niet een soort route waarbij je elke keer door een slagboompje moet maar het is eigenlijk – dat is heel erg het ideaal – het is kijken naar wat is op dit moment voor dat kind in die groep, voor die leerkracht en die ouders het beste is.”  Met andere woorden het is maatwerk en moet aansluiten bij vragen van de leerkracht. Gerard vult aan: “in het verleden konden we pas ingrijpen als de zaak al geëscaleerd was. We proberen nu in een vroeg stadium, zonder dat er al hele heftige dingen zijn gebeurd, te interveniëren. Dus dat onderbuikgevoel van die leerkracht: iets aan dit mannetje klopt niet of iets zegt me dat er wat nodig is om te voorkomen dat hij uit gaat vallen, krijgt de ruimte.” Annemarie vervolgt: “De weg naar de best passende plek moet gewoon helder en makkelijk zijn.”

Toch ziet Esther nog een flinke klus die geklaard moet worden: “Ik hoop dat dit het begin is. Dat we de schotten tussen zorg en onderwijs weg kunnen halen. En dat we nu met elkaar kunnen bekijken wat de meest passende onderwijs/zorg vorm is.”  Esther, Gerard en Annemarie zien allemaal de kansen die KID biedt op het gebied van preventie. Allemaal zien ze de ruimte voor samenwerking in de wijk. En allemaal delen ze de wens het KID-project uit te rollen tot aan het voortgezet onderwijs aan toe.

Proeftuin
De integrale aanpak van de KID-Delfshaven geeft optimaal invulling aan de Rotterdamse gedachte: 1 kind, 1 gezin, 1 plan. Jeugdhulp, zorg en onderwijsprofessionals werken tenslotte nauw samen in dit project. De insteek van het project sluit ook aan bij de uitgangspunten van de nieuwe jeugdwet, de wet Passend onderwijs en de transformatie met betrekking tot het versterken van het opvoedkundige klimaat in gezinnen, wijken en scholen en ‘eerder de juiste hulp op maat’. Maar KID doet nog meer want de wens van de geïnterviewde personen in dit stuk zou zomaar in vervulling kunnen gaan.  De KID pilot maakt samen met andere proeftuinen om deze transformatie verder vorm te geven onderdeel uit van het Programma Kwaliteit van de samenleving van JSO (mede)  gefinancierd door de provincie Zuid-Holland.

Heeft u vragen over het projectplan dan kunt u terecht bij Ingeborg Steenwinkel (PPO Rotterdam) via i.steenwinkel@pporotterdam.nl of Jeanne van Berkel (extern projectleider) via jeannevanberkel@gmail.com

Wil je meer weten over het onderzoek van Waldinger? Je kunt zijn TED-talk hier bekijken.

Meer informatie over het JSO programma vindt je hier http://www.jso.nl/kennisbank/kwaliteit/